Info Australisch blaasinstrument didgeridoo

Hieronder vindt u volledigheidshalve tenslotte meer informatie over de afkomst, akoestiek, vorm en verschillende speelwijzen van het blaasinstrument "didgeridoo".

Afkomst

Het woord ‘didgeridoo’ is een onomatopee. De klanken die de Aboriginals creëerden door op dit houten instrument te blazen, klonken namelijk bij de Engelsen in de oren als 'didgeridoo'.

Het blaasinstrument, één van de oudste instrumenten ter wereld, is afkomstig uit het Noorden van Australië, meer specifiek in ‘The Northern Territory’ en het Noord-Oosten van de Kimberleys.

De didgeridoo kent verschillende benamingen afhankelijk van de Aboriginal stam en dus ook taal.
'Yidaki' is de meest gangbare term naast het populaire ‘didgeridoo’ maar daarnaast heeft men tal van andere benamingen zoals 'Yirtakki' (afkomst Arnhem Land – Tribal group Djinang), 'Artawirr' (afkomst Katherine, Tribal group Jawoyn), 'Kurmur' (afkomst Roebourne, WA – tribal group Ngarluma), 'Ngaribi' (afkomst Kimberleys, WA –tribal group Nyul Nyul) of 'Paampu' (afkomst Central Australia – tribal group Pintupi).

De didgeridoo wordt traditioneel gebruikt door de Aboriginals op ceremoniële basis in combinatie met zang, welke het belangrijkst is. De ceremonieleider zingt en gebruikt clapsticks (houten slagstok) in combinatie met eventueel andere clap-stick-zangers. Op de achtergrond zindert een yidaki-speler die, afhankelijk van het lied, het tempo aangeeft met een slag via de clap-stick tegen de didgeridoo.

Mannen bespelen de didgeridoo dikwijls tijdens ceremonies maar in de meeste stammen maken zowel mannen als vrouwen en kinderen op ‘informele wijze’ gebruik van dit instrument. Dit in tegenstelling tot bepaalde mythes waarbij de vrouw verboden wordt de didgeridoo te bespelen en zelfs aan te raken.


De didgeridoo is een eenvoudige boomtak, afkomstig van een eucalyptusboom, op natuurlijke wijze uitgehold door termieten. Lengte en vorm van de tak bepalen de toonaard van de didgeridoo en maken van iedere pijp een uniek blaasinstrument.

Elke didgeridoo wordt door de Aboriginal-vakman zorgvuldig uitgekozen door een eenvoudige ‘klop op de tak’. Klinkt de tak bruikbaar, dan wordt de tak uit de boom gehaald, wordt de boomschors verwijderd en test men op lekken door onderdompeling van de tak in water. Bij eventuele lekkages worden deze gedicht met bijenwas.

In laatste instantie wordt de didgeridoo behandeld tegen temperatuursschommelingen en wordt indien nodig een bijenwassenmondstuk gemonteerd.

Didgeridoo’s worden dikwijls beschilderd met Aboriginal art, een mogelijke fase binnen het bouwproces die niets toevoegt aan de klankkwaliteit van het instrument. 'Painted didges' vinden we meestal terug in de ‘minder kwalitatieve’ toeristische winkels, hoewel hier uitzonderingen op bestaan.


Akoestiek en vorm

De houten eucalyptus didgeridoo bestaat uit één grondtoon en herbergt tezelfdertijd een waaier aan verschillende uiteenlopende warme en scherpere klanken. De aparte klank van de didgeridoo komt tot stand door een mix van geluidsgolven gecreëerd binnenin het instrument, in de mondholte van de speler, door de lipbewegingen van de speler en door de luchtstroom-inclinatie tussen zijn lippen.

In tegenstelling tot houten didgeridoo’s klinken pvc-didgeridoo’s minder warm. De pvc-didgeridoo kent een constante diameter, waardoor de lengte van de pvc-didgeridoo de grondtoon beïnvloedt.

Speelmethoden

Bij de authentieke Aboriginal-speelmethode plaatsen we de lippen frontaal op het mondstuk , gebruik makend van intense en minder intense, 'niet altijd even gestructureerde' ritmes en vocale effecten, waardoor het geheel een indruk van complexiteit krijgt.

Bij de recente speeltechniek, in het merendeel van de gevallen ook gebruikt door de westerse beschaving, plaatsen we de lippen zijdelings op de didgeridoo. Deze speelstijl, heeft een meer uitgesproken kleurenpallet aan hoge klanken. In de hedendaagse speelmethode kan de speler gebruik maken van éénder welk ritme en dus ook van ritmes afkomstig uit de authentieke speelstijl.